Beginselverklaring
van de ´Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden´.
1. Een vrijmetselaar is een vrij man van goede naam, die is ingewijd in een tot de Orde behorende loge,
dan wel in een loge die werkt onder een door de Orde erkende Grootloge. Hij werkt, samen met andere
vrijmetselaren, met behulp van symbolen en rituelen aan zijn persoonlijke vorming. Deze symbolen en
rituelen zijn door de traditie gegeven; zij worden door de vrijmetselaar naar eigen inzicht geīnterpreteerd.
De gezamenlijke arbeid stimuleert hem ook naar vermogen bij te dragen aan een betere samenleving.
De vrijmetselaar zoekt dāt wat mensen verbindt en tracht weg te nemen wat hen verdeelt, opdat het
ideaal van een allen verbindende broederschap gestalte kan krijgen. Daarbij aanvaardt hij een
persoonlijke verantwoordelijkheid ten opzichte van de wereld, die hij ziet als een te voltooien bouwwerk
waarvan ieder mens een levende bouwsteen is. Hij verricht die arbeid in het licht van een hoog beginsel,
symbolisch aangeduid als 'Opperbouwmeester des Heelals'. De vrijmetselaar erkent de hoge waarde van
de menselijke persoonlijkheid, de gelijkwaardigheid van alle mensen, ieders recht om zelfstandig te
zoeken naar waarheid en ieders verantwoordelijkheid voor zijn doen en laten.
2. Vrijmetselarij wordt beoefend in plaatselijke verenigingen, loges genaamd. Vrijmetselaren betrachten
verdraagzaamheid en streven naar harmonie; mede daardoor kunnen de loges ontmoetingsplaatsen zijn
voor mannen met uiteenlopende achtergronden, levensbeschouwingen en inzichten. De gezamenlijke
arbeid leidt tot beleving van verbondenheid van alle vrijmetselaren. Deze verbondenheid wordt
broederschap genoemd.
3. De 'Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden' is het organisatorisch verband
waarbinnen de voorwaarden worden geschapen om vrijmetselarij te kunnen beoefenen in de traditie
waarin zij dat sedert haar oprichting heeft gedaan.
4. De Orde eist van haar leden gehoorzaamheid aan de wetten des lands zolang en voor zover die wetten
geen beperkingen inhouden van de vrijheid van meningsuiting en vereniging.
5. De Orde onderhoudt vriendschappelijke betrekkingen met de door haar erkende Grootloges in het
buitenland. Mede hierdoor zorgt zij ervoor dat haar leden ook daar kunnen werken, zodat de
broederketen de gehele wereld omspant.